pi en de sommen van twee kwadraten

Het aantal mogelijkheden om een natuurlijk getal n als een som van twee kwadraten van gehele getallen te schrijven hangt af van de aard van zijn ontbinding in factoren. Zij n \in \mathbb{N}_0 en stel dat r_2(n) het aantal oplossingen is in \mathbb{Z} \times \mathbb{Z} van de vergelijking x^2+y^2=n.

65=(\pm1)^2+(\pm8)^2=(\pm8)^2+(\pm1)^2=(\pm4)^2+(\pm7)^2=(\pm7)^2+(\pm4)^2, dus r_2(65)=16

Nu is elk priemgetal van de vorm 4k+1 op slechts juist 1 manier te schrijven als de som van twee kwadraten van natuurlijke getallen. Bovendien is er geen priemgetal van de vorm 4k+3 dat de som is van twee kwadraten van natuurlijke getallen. Men kan nu bewijzen dat:

    \[r_2(n)=4(A_n-B_n)\]

Hierbij stel A_n het aantal delers voor van n die gelijk zijn aan  1 modulo 4 en B_n het aantal delers van n die gelijk zijn aan 3 modulo 4.

Controleren we dit even voor n=65. De delers van 65 zijn \{1,5,13,65\}. Alle vier de delers van 65 zijn gelijk aan 1 modulo 4, dus A_{65}=4 en B_{65}=0. Onze formule geeft dan dat r_2(65)=4(4-0)=16, wat overkomt met de waarneming hierboven.

Met R_2(n) bedoelt men de som van alle r_2(k) met k\in \mathbb(N} en 0\leq k\leq n. Zo is R_2(5)=r_2(0)+r_2(1)+r_2(2)+r_2(3)+r_2(4)+r_2(5)=14+4+0+4+8=21. Men kan eenvoudig zien dat R_2(n het aantal roosterpunten voorstelt binnen of op de cirkel met vergelijking x^2+y^2=n. Als men rond elk roosterpunt een vierkantje tekent met zijde 1, dan kan je gemakkelijk zien dat

    \[R_2(n)\approx n\pi\]

Het voorbeeld van n=5 geeft volgende tekening:

Je kan het aantal roosterpunten tellen binnen of op de cirkel met straal \sqrt{5} en men bekomt inderdaad 21. De oppervlakte van de cirkel  is \pi (\sqrt{5})^2=5\pi \approx 16 en dat is een benadering van het resultaat 21. Hoe hoger n hoe beter de benadering.

Hieronder een Python programma voor de berekening van r_2(n) voor n van 0 tot 20.

Nootje 66

Hoeveel drietallen niet-negatieve getallen (x,y,z) voldoen aan 

Antwoord

  • (x+1)(y+1)(z+1)= xyz+xy+xz+yz+x+y+z+1, dus de opgegeven vergelijking is te herschrijven als (x+1)(y+1)(z+1)-1=2025 of

        \[(x+1)(y+1)(z+1)=2026=2026\]

  • Nu kan je 2026 herschrijven als 1*1*2026  of 1*2*1013.
  • Met de ontbinding 1*1*2026 kan je 3 drietallen (x,y,z) vormen.
  • Met de ontbinding 1*2*1013 kan je 3!=6 drietallen vormen.
  • Er zijn dus 9 drietallen die voldoen aan de gegeven vergelijking.

 

 

 

nootje 65

Zoek het kleinste natuurlijk getal groter of gelijk aan 10 waarvoor n+6 priem is en 9n+7 een volkomen kwadraat is.

Antwoord

  • 9n+7=9(n+6)-47 .
  • n+6 is een priemgetal groter dan 2 en is dus oneven; bijgevolg is 9(n+6)-47 een even getal als verschil van twee oneven getallen.
  • Omdat 9n+7 een volkomen kwadraat moet zijn, moet 9n+7=(2m)^2.
  • Hieruit volgt dat n=\frac{4m^2-7}{9}.
  • Onderzoeken we nu voor welke waarden van m de uitdrukking 4m^2-7 deelbaar is door 9 en waarvoor dan een goede n kan worden gevonden.
  • Als m=2 dan is n=1 wat onmogelijk is, omdat n minstens 10 moet zijn. 
  • Als m=7 dan is n=21, maar dan is n+6=27 en dat is geen priemgetal.
  • Als  m=11 dan is n=53 en n+6=59 en dat is wel priem.
  • n=53 is  het kleinst mogelijke getal dat voldoet aan de gevraagde voorwaarden.

 

Klok met verwisselde wijzers.

Een klok werd om zes uur ‘s ochtends in werking gesteld, maar al snel zag men dat de minutenwijzer met de snelheid van de urenwijzer rondging terwijl de urenwijzer met de snelheid van de minutenwijzer ronddraaide. Wanneer geeft de klok voor het eerst weer de juiste tijd aan? 

Dit is een bekende puzzel van Sam Loyd(1841-1911). Samuel Loyd was een Amerikaanse schaker, schaakcomponist, puzzelauteur en recreatief wiskundige.

De klok staat op 6:00, dus de kleine wijzer op 6, grote wijzer op 12. Bij een normale klok  draait de urenwijzer 30° per uur = 0,5° per minuut en de minutenwijzer  360° per uur = 6° per minuut. Maar in deze klok draait de kleine wijzer draait 6° per minuut en de grote wijzer  0,5° per minuut. Bij de start staat de kleine wijzer (urenwijzer) staat op 180° en de grote wijzer (minutenwijzer) op 0°.

Na t minuten staat de kleine wijzer op 180+6t graden en de grote wijzer op graden. We willen het moment dat de klok weer een geldig tijdstip toont — dat wil zeggen: de wijzers staan op posities die overeenkomen met een echte tijd. In de echte klok geldt bij een echte tijd minuten na 6:00: kleine wijzer: 180+0,5t′ en grote wijzer: 6t′. We eisen dus :

Uit de tweede vergelijking halen we dat t'=\frac{t}{12}. Invullen in de eerste vergelijking bekomen we \frac{143}{24}t \equiv 0 \mod 360. De oplossing t=0 willen we natuurlijk niet, de eerstvolgende oplossing is \frac{24}{143}360° \approx 60,42. Na ongeveer 1 uur en 25 seconden krijg je weer de exacte tijd.