Een punt beweegt over een aangeschreven cirkel van een gelijkzijdige driehoek. Hoe verhouden zijn loodrechte afstanden tot de drie zijrechten zich? Met geschikte coördinaten en een parametrisatie van de cirkel wordt de meetkundige ongelijkheid een scherpe cosinusschatting.
Infobox
- Onderwerpen: Meetkunde, analytische meetkunde, goniometrie
- Probleemoplossingstechnieken: Normaliseren, coördinaten invoeren, parametriseren, afstanden tot rechten vergelijken
- Moeilijkheid: Moeilijk
- Competitie: Vlaamse Wiskunde Olympiade
- Jaar: 2026
- Opgavenummer: 4
Opgave
In de figuur zie je een gelijkzijdige driehoek
en de cirkel met middelpunt buiten
die raakt aan het lijnstuk
en aan de rechten
en
. Punt
ligt op de cirkel en de punten
,
en
zijn de loodrechte projecties van
op respectievelijk de rechten
,
en
.
Bewijs dat
![]()

Figuur 1.
Eerste idee
De cirkel is de
-aangeschreven cirkel van de gelijkzijdige driehoek. Schaal de zijde naar
, bepaal het uitmiddelpunt en parametriseer
met een hoek
. De afstanden tot de drie zijrechten worden dan lineaire uitdrukkingen in
en
. Na invullen is het verschil tussen rechter- en linkerkant een positieve straal maal
.
Uitwerking
Stap 1: normalisatie en coördinaten
We gebruiken eerst dat gelijkvormigheid alle lengtes met dezelfde positieve factor vermenigvuldigt. Daardoor blijft de te bewijzen homogene ongelijkheid onveranderd. We mogen dus veronderstellen dat de zijde van de gelijkzijdige driehoek lengte
heeft.
Kies een assenstelsel met
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ A=(0,0),\qquad B=(1,0),\qquad C=\left(\frac12,\frac{\sqrt3}{2}\right). \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-cb89d58be820820505718250134a5417_l3.png)
Omdat alle hoeken van een gelijkzijdige driehoek
zijn, hebben de drie zijrechten de vergelijkingen
![]()
![]()
en
![]()
Stap 2: middelpunt en straal
We gebruiken het kenmerk van de bissectrices: een punt dat gelijke afstanden tot twee snijdende rechten heeft, ligt op een van hun bissectrices. Het middelpunt van een cirkel die aan de drie zijrechten raakt, ligt daarom op drie geschikte bissectrices.
De incenter valt af omdat het middelpunt buiten de driehoek ligt. Bij het
-uitmiddelpunt en het
-uitmiddelpunt ligt het loodrechte voetpunt op de rechte
respectievelijk voorbij
en voorbij
. Omdat het raakpunt hier op het lijnstuk
ligt, is
dus het
-uitmiddelpunt. De interne bissectrice bij
heeft vergelijking
![]()
en de externe bissectrice bij
die het
-uitmiddelpunt bevat, heeft vergelijking
![]()
Hun snijpunt is
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ O=\left(\frac32,\frac{\sqrt3}{2}\right). \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-63c345ac5bf7465e24b12402f82567cb_l3.png)
We gebruiken vervolgens de stelling dat de straal naar een raakpunt loodrecht op de raaklijn staat. De loodrechte afstand van
tot elk van de drie raaklijnen is dus de straal
. Uit de afstand van
tot
volgt
![]()
Stap 3: parametrisatie van 

Figuur 2. Hulpconstructie voor het bewijs.
Omdat
op de cirkel met middelpunt
en straal
ligt, bestaat er een reëel getal
waarvoor
![]()
We gebruiken nu de afstandformule met een eenheidsnormaal. Voor een rechte met vergelijking
, waarbij
een eenheidsvector is, is de loodrechte afstand van
tot de rechte gelijk aan
.
Kies de naar
gerichte eenheidsnormalen
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \mathbf n_{AB}=(0,1),\qquad \mathbf n_{AC}=\left(\frac{\sqrt3}{2},-\frac12\right),\qquad \mathbf n_{BC}=\left(\frac{\sqrt3}{2},\frac12\right). \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-12da39d43c8d62855789bcda4d7e9166_l3.png)
Het middelpunt
ligt bij elk van de drie rechten op afstand
aan de gekozen positieve zijde. De cirkel met straal
ligt dus volledig in de bijbehorende gesloten halfvlakken. Daarom zijn de volgende gesigneerde uitdrukkingen voor elk punt
op de cirkel niet-negatief en zijn ze precies de loodrechte afstanden.
Voor de rechte
krijgen we
![]()
Voor de rechte
krijgen we
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ |PM|=r\left(1+\frac{\sqrt3}{2}\cos\theta-\frac12\sin\theta\right). \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-91f5c1f7290b34d49f0e88a692d096a6_l3.png)
Voor de rechte
krijgen we
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ |PL|=r\left(1+\frac{\sqrt3}{2}\cos\theta+\frac12\sin\theta\right). \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-b244eb11219f30e1d05d8c7f03a72554_l3.png)
Stap 4: de ongelijkheid
We trekken de linkerkant van de gewenste ongelijkheid af van de rechterkant en vullen de drie afstandsformules in:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} 2|PM|+2|PN|-3|PL| &=r\left(1-\frac{\sqrt3}{2}\cos\theta-\frac12\sin\theta\right)\\ &=r\left(1-\cos\left(\theta-\frac{\pi}{6}\right)\right). \end{aligned} \]](http://www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-dabe3bfc4954f8b80868660cf0b4db1a_l3.png)
In de tweede gelijkheid gebruiken we de verschilformule voor de cosinus. Voor elke reële hoek
geldt
, en bovendien is
. Bijgevolg is
![]()
Dus
![]()
Probleemoplossingstechnieken
- Normaliseren: De zijde wordt op
geschaald omdat de ongelijkheid homogeen is in lengtes. - Coördinaten invoeren: Standaardcoördinaten bepalen het uitmiddelpunt en de drie zijrechten exact.
- Parametriseren: Het punt
wordt met één hoekparameter op de cirkel beschreven. - Afstanden tot rechten vergelijken: Eenheidsnormalen zetten de drie projectielengtes om in lineaire uitdrukkingen in
en
.
Bron
Finale Vlaamse Wiskunde Olympiade 2025–2026, woensdag 22 april 2026. © Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw.
Officiële wedstrijdbundel: https://www.vwo.be/vwo/wp-content/uploads/2026/04/VWO-finale-2026.pdf
