De paradox van de onverwachte overhoring

Een leerkracht zegt tegen de klas:

“Volgende week krijgen jullie een overhoring, en die zal onverwacht zijn.”

De leerlingen redeneren dan zo:

  • Op vrijdag kan de overhoring niet zijn, want als ze er tegen donderdag nog niet is geweest, dan weten we vrijdagmorgen zeker dat ze vrijdag komt. Dan is ze dus niet onverwacht.
  • Dus valt vrijdag weg.
  • Maar als vrijdag wegvalt, dan kan ze ook niet op donderdag zijn. Want als ze woensdag nog niet geweest is, weten we dat ze donderdag moet komen.
  • Zo schrappen ze ook woensdag, dinsdag en maandag.

Conclusie van de leerlingen:
zo’n onverwachte overhoring kan helemaal niet bestaan.

Maar dan geeft de leerkracht bijvoorbeeld op woensdag toch een overhoring, en de klas is wél verrast. Dus de overhoring is onverwacht!

Daar zit de paradox:
hun logische redenering lijkt correct, maar toch blijkt de overhoring onverwacht mogelijk.

Je kunt de paradox oplossen door “onverwacht” zwakker en realistischer te lezen:

De overhoring is onverwacht als de leerlingen ze in feite niet verwachten.

Dan is er geen probleem.

Want nadat ze zichzelf hebben overtuigd dat er géén onverwachte overhoring kan komen, verwachten ze er juist geen.
Dus als die op woensdag komt, is ze onverwacht in de gewone betekenis.