Newtons methode en de verschillentabel
Wanneer we de waarden van een polynoom kennen voor enkele opeenvolgende gehele getallen, kunnen we met een verschillentabel vaak heel eenvoudig verdere functiewaarden bepalen.
De methode is vooral handig wanneer de waarden van
telkens één eenheid verschillen.
Het basisidee
Stel dat we een polynoom
kennen in de punten
![]()
We berekenen eerst de verschillen tussen opeenvolgende functiewaarden:
![]()
Daarna berekenen we opnieuw verschillen:
![]()
en zo verder.
Voor een polynoom van graad
worden de
-de verschillen constant.
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{array}{c|c} \text{graad van het polynoom} & \text{constante verschillen}\\ \hline 1 & \text{eerste verschillen}\\ 2 & \text{tweede verschillen}\\ 3 & \text{derde verschillen}\\ 4 & \text{vierde verschillen} \end{array} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-0634df6170c74f63964d1f0029eb33a4_l3.png?media=1789935901)
Deze eigenschap laat toe om een tabel verder aan te vullen zonder eerst het volledige polynoom te bepalen.
Voorbeeld 1: een lineair polynoom
Gegeven:
![]()
De verschillentabel is:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{array}{c|c|c} x&f(x)&\Delta f\\ \hline 0&2&3\\ 1&5&3\\ 2&8& \end{array} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-a1779f81fabaf3e8857537df20c0d2d7_l3.png?media=1789935901)
De eerste verschillen zijn constant:
![]()
Het volgende verschil is dus opnieuw
. Daarom:
![]()
Voorbeeld 2: een kwadratisch polynoom
Neem:
![]()
De verschillentabel wordt:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{array}{c|c|c|c} x&f(x)&\Delta f&\Delta^2f\\ \hline 0&1&3&2\\ 1&4&5&2\\ 2&9&7&\\ 3&16&& \end{array} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-27cdc8ee9b4083b7a8f9bf83179d4b24_l3.png?media=1789935901)
De eerste verschillen zijn
![]()
en de tweede verschillen zijn
![]()
Omdat de tweede verschillen constant zijn, past dit bij een tweedegraadspolynoom.
Om de volgende waarde te vinden, zetten we de tabel verder. Het volgende tweede verschil blijft
.
Het volgende eerste verschil wordt:
![]()
Daarom:
![]()
Voorbeeld 3: een derdegraadspolynoom
Neem de waarden:
![]()
Dit zijn de waarden van
![]()
voor
.
De verschillentabel is:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{array}{c|c|c|c|c} x&f(x)&\Delta f&\Delta^2f&\Delta^3f\\ \hline 0&0&1&6&6\\ 1&1&7&12&6\\ 2&8&19&18&\\ 3&27&37&&\\ 4&64&&& \end{array} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-5352c3cc8f44c15e1a4f490b82e39a62_l3.png?media=1789935901)
De derde verschillen zijn constant:
![]()
Ook hier zien we dus precies het gedrag dat hoort bij een derdegraadspolynoom.
Een onbekende volgende waarde bepalen
Stel dat een tweedegraadspolynoom de waarden heeft
![]()
We maken opnieuw een verschillentabel:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{array}{c|c|c|c} x&f(x)&\Delta f&\Delta^2f\\ \hline 0&3&3&2\\ 1&6&5&\\ 2&11&& \end{array} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-23275c5fd21aaa57996b6cb26a64ee8a_l3.png?media=1789935901)
Omdat het om een tweedegraadspolynoom gaat, moeten de tweede verschillen constant zijn. Dus blijft
![]()
Het volgende eerste verschil wordt:
![]()
Daarom is de volgende functiewaarde:
![]()
Dus:
![]()
Waarom is deze methode nuttig?
Een polynoom kunnen we altijd schrijven als
![]()
Maar als verschillende functiewaarden gegeven zijn, leidt het bepalen van al die coëfficiënten vaak tot een vrij groot stelsel vergelijkingen.
Met een verschillentabel is dat meestal niet nodig. Wanneer de waarden van
opeenvolgende gehele getallen zijn, kunnen we rechtstreeks met de functiewaarden werken.
De methode is daarom bijzonder geschikt voor:
- interpolatie;
- getallenrijen die door een polynoom bepaald worden;
- wiskundeolympiades en andere wedstrijdopgaven;
- het bepalen van een volgende functiewaarde;
- het herkennen van de graad van een polynoom.
Samengevat
Voor een polynoom van graad
geldt:
![]()
Daarom kan men een verschillentabel maken en die vervolgens verder aanvullen.
De methode van Newton is eenvoudig, overzichtelijk en vaak veel sneller dan het expliciet bepalen van het polynoom zelf.