Een middenparallel blijkt hier meer te zijn dan alleen een evenwijdige rechte: ze is ook een middelloodlijn. Daardoor verschijnt een gelijkbenige driehoek die de concurrentie verklaart. Daarna bepaalt een
–
–
-driehoek de hoek, zonder coördinaten of goniometrie.
Infobox
- Onderwerpen: Meetkunde
- Probleemoplossingstechnieken: Gelijkbenige driehoek herkennen, middenparallel en middelloodlijn gebruiken, het middelpunt van een hypotenusa gebruiken, een
–
–
-driehoek herkennen - Moeilijkheid: Moeilijk
- Competitie: Olympiade Mathématique Belge, Maxifinale
- Jaar: 2026
- Opgavenummer: 4
Opgave
Het punt
is het midden van het lijnstuk
. Het punt
ligt binnen het vierkant
en voldoet aan
![]()
(a) Als
en
de middelpunten zijn van respectievelijk
en
, bewijs dan dat de rechten
,
en
concurrent zijn.
(b) Bepaal
.

Figuur 1. We verlengen
en
tot hun snijpunt
. De hulpstukken
,
en
maken de middenparallel en de gelijkbenige driehoek
zichtbaar.
Eerste idee
De hoeken bij
en
tonen dat driehoek
rechthoekig is in
. De middenparallel
staat dan loodrecht op
en gaat door het midden ervan. Voor
volgt dus
. De gelijkbenige driehoek
bewijst de concurrentie. Daarna leveren
en
een
–
–
-driehoek op die
bepaalt.
Uitwerking
Omdat
een vierkant is, geldt
. In driehoek
vinden we daarom
![]()
Dus
.
(a) De concurrentie
In driehoek
zijn
en
de middelpunten van respectievelijk
en
. Volgens de middenparallelstelling is
![]()
Omdat
, geldt ook
. Bovendien is
het midden van
. De rechte
is bijgevolg de middelloodlijn van
.
De richting van
naar
wijst vanaf
het vierkant in. Omdat de halfrechte
dezelfde richting heeft, snijdt ze de rechte
op de halfrechte vanuit
door
. Laat dit snijpunt
zijn. Dan ligt
op de middelloodlijn van
, en dus
![]()
Driehoek
is gelijkbenig met basis
. Omdat
op de halfrechte vanuit
door
ligt, is
![]()
De basishoeken zijn gelijk, zodat
. Volgens het gegeven is ook
. De punten
en
liggen aan dezelfde kant van
:
ligt op de halfrechte
, terwijl
op
ligt. Aan die kant van
is er vanuit
maar één halfrechte die met
de hoek
maakt. De halfrechten
en
vallen dus samen.
Daarom ligt
op
. Per definitie ligt
ook op
en
. De rechten
![]()
zijn dus concurrent.
(b) De waarde van 
Noem de zijde van het vierkant
. Het lijnstuk
, behalve zijn eindpunt
, ligt binnen het vierkant. De halfrechte
ontmoet de rechte
dus pas buiten het vierkant. Bijgevolg ligt
op de verlengde zijde voorbij
. De halfrechten
en
zijn dezelfde, evenals
en
.
Driehoek
is rechthoekig in
en
is het midden van de hypotenusa
. Het middelpunt van de hypotenusa van een rechthoekige driehoek ligt even ver van de drie hoekpunten. Bijgevolg
![]()
Driehoek
is dus gelijkbenig. Omdat
collineair zijn, geldt
![]()
Daarom is ook
. Uit deel (a) weten we dat
. De halfrechten
en
liggen aan weerszijden van
, zodat
![]()
De punten
zijn collineair, dus
.
Omdat
en
de middelpunten van de overstaande zijden
en
zijn, is
evenwijdig met
en
![]()
Driehoek
is bijgevolg rechthoekig in
en haar hypotenusa
is tweemaal de rechthoekszijde
. In zo’n
–
–
-driehoek ligt tegenover de zijde die half zo lang is als de hypotenusa een hoek van
. Dus
![]()
Verder is
. De halfrechten
en
zijn tegengesteld, en
ligt voorbij
. Daarom volgt uit
dat
![]()
Driehoek
is rechthoekig in
, zodat
. In de gelijkbenige driehoek
zijn de basishoeken gelijk aan
. Omdat de halfrechten
en
samenvallen en ook
en
samenvallen, geldt
![]()
Daaruit besluiten we
![]()
Probleemoplossingstechnieken
- Een gelijkbenige driehoek herkennen: De middelloodlijn geeft
; de gelijke basishoeken leveren de collineariteit. - Middenparallel en middelloodlijn gebruiken: Uit
,
en
volgt dat
de middelloodlijn van
is. - Het middelpunt van een hypotenusa gebruiken: Omdat
het midden is van de hypotenusa van de rechthoekige driehoek
, geldt
. - Een
–
–
-driehoek herkennen: In de rechthoekige driehoek
geldt
; daaruit volgt
.
Bron
Maxifinale Olympiade Mathématique Belge 2026, 22 april 2026. © Olympiade Mathématique Belge.