Hoeveel structuur kan een ring met slechts zestien elementen bevatten? In
vormen de idealen een ketting, hebben de eenheden verschillende orden en blijft een nilpotent element tot zijn derde macht niet nul. De unitaire Cayleygraaf toont een eenvoudiger beeld: twee groepen van acht toppen, met alle verbindingen ertussen.
We bouwen de ring stap voor stap op en verklaren hoe haar eenheden, Jacobsonradicaal en quotiëntring samen de graaf bepalen.
De zestien elementen
Neem het veld
en de cyclische groep
. Een element van de groepsring is een formele som
![]()
De vier coëfficiënten kunnen onafhankelijk
of
zijn. Daarom heeft
precies
elementen. We tellen coëfficiënten op modulo
en vermenigvuldigen met
. De ring is commutatief, heeft karakteristiek
en heeft als additieve groep
.
Omdat de karakteristiek
de groepsorde
deelt, is dit een voorbeeld uit het modulaire geval. De groepsring is niet semisimpel; hieronder zien we dat concreet aan haar niet-triviale Jacobsonradicaal.
Augmentatie: eenheden tegenover nilpotenten
De augmentatie telt de coëfficiënten op:
![]()
Dit is een surjectief ringhomomorfisme van
naar
. Voor
verdwijnen bij kwadrateren alle kruistermen, zodat
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} z^2&=(a+c)+(b+d)g^2,\\ z^4&=a+b+c+d=\varepsilon(z). \end{aligned} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-cf65478d4eb47af7a6914f9c73ae648c_l3.png?media=1785271192)
- Als
, dan is
. Het element is een eenheid, met inverse
. - Als
, dan is
. Het element is nilpotent en geen eenheid. Is het niet nul, dan is het een niet-triviale nuldeler.
Er zijn dus acht eenheden en zeven niet-triviale nuldelers. De niet-triviale nuldelers zijn hier precies de niet-triviale nilpotenten.
Nilpotentie-indices en idempotenten
Zet
. Dan
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} \eta^2&=1+g^2,\\ \eta^3&=1+g+g^2+g^3\neq0,\\ \eta^4&=0. \end{aligned} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-cd91c6a14158400764af765deab4cc0f_l3.png?media=1785271192)
Het element
heeft dus nilpotentie-index
: de vierde macht is de eerste macht die nul wordt. Vermenigvuldiging met de eenheden
,
en
bewaart die index. De andere drie niet-triviale nilpotenten hebben kwadraat nul.
| Niet-triviale nilpotenten | Index |
|---|---|
Er zijn geen elementen met nilpotentie-index
. Ook zijn er geen niet-triviale idempotenten: als
, dan is
, terwijl
. De enige idempotenten zijn dus
en
.
De eenhedengroep
De eenheden zijn de vier groepselementen en de vier drietermen. Hun inversen en multiplicatieve orden zijn:
| Eenheid | Inverse | Orde |
|---|---|---|
Neem
. Het element
heeft orde
, terwijl
orde
heeft en niet in
ligt. Omdat de ring commutatief is, vormen de acht producten
, met
en
, alle eenheden. Bijgevolg
![]()
Er zijn vier eenheden van orde
, drie van orde
en één van orde
.
Het Jacobsonradicaal en alle idealen
Het augmentatie-ideaal is de kern van de augmentatie:
![]()
Omdat
, is dit ideaal maximaal. Alle elementen erbuiten zijn eenheden. Elk echt ideaal ligt daarom in
, zodat dit het unieke maximale ideaal is. De ring is lokaal en haar Jacobsonradicaal, de doorsnede van de maximale idealen, is
![]()
De elementen
vormen een basis over
. In deze basis bestaat
precies uit de elementen met constante term nul. De machten van
geven de volgende idealen:
| Ideaal | Generator | Aantal elementen |
|---|---|---|
In het bijzonder is
en
.
Waarom zijn dit alle idealen? Elk niet-nul element is van de vorm
, met
een eenheid en
de kleinste exponent die voorkomt in de η-basis. Kies in een niet-nul ideaal een element waarvoor
minimaal is. Door vermenigvuldiging met
bevat dat ideaal
. Alle andere elementen ervan zijn veelvouden van
. Het ideaal is dus precies
.
Alle idealen liggen bijgevolg in één ketting:
![]()

De groepsring F₂C₄ is een lokale kettingring. Ze heeft drie niet-triviale echte idealen, die allemaal machten van het Jacobsonradicaal zijn.
Eén nilpotente richting, tot de vierde macht
De groepsrelatie
geeft een beschrijving als quotiënt van een veeltermring. In karakteristiek
is
, zodat
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} \mathbb{F}_2C_4&\cong\mathbb{F}_2[x]/(x^4-1)\\ &\cong\mathbb{F}_2[\eta]/(\eta^4),\qquad \eta=x+1. \end{aligned} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-2e49b9a5f5d81930f77444a87075ce23_l3.png?media=1785271192)
We rekenen dus met veeltermen in
, waarbij termen vanaf graad
verdwijnen. Het isomorfisme, bepaald door
, is expliciet
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} \Phi(a+bg+cg^2+dg^3) ={}&(a+b+c+d)+(b+d)\eta\\ &+(c+d)\eta^2+d\eta^3. \end{aligned} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-7e4185cb71cce28cc1b3d8543357c290_l3.png?media=1785271192)
Omgekeerd geldt
![Rendered by QuickLaTeX.com \[ \begin{aligned} \Phi^{-1}(r+s\eta+t\eta^2+u\eta^3) ={}&(r+s+t+u)+(s+u)g\\ &+(t+u)g^2+ug^3. \end{aligned} \]](https://usercontent.one/wp/www.wiskundemagie.be/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-6780c1032cc4c00a747d2fb5f0fd589f_l3.png?media=1785271192)
Dit veralgemeent de duale getallen
, die we bij
ontmoeten. Hier blijven ook de tweede en derde macht van
niet nul. De opeenvolgende lagen
,
,
en
zijn elk eendimensionaal over
. Ze worden respectievelijk voortgebracht door de klassen van
,
,
en
.
De quotiëntring en haar kleine graaf
Modulo
blijft alleen de augmentatie over. De quotiëntring
heeft twee elementen:
en
. Het tweede is de enige eenheid.
De unitaire Cayleygraaf van een ring heeft haar ringelementen als toppen. Twee verschillende toppen zijn verbonden wanneer hun verschil een eenheid is. Voor
geeft dit één rand:
![]()

De unitaire Cayleygraaf van F₂C₄
Nu nemen we alle zestien elementen van
als toppen. In karakteristiek
is
. Omdat een element een eenheid is precies wanneer zijn augmentatie
is, geldt
![]()
Elke top is verbonden met de acht elementen met de andere augmentatie. De graaf is dus 8-regulier. De handshakingformule geeft
randen.
Eerst: alle toppen op een cirkel
Voor leesbare labels schrijven we
en
, met
. Deze tabel bevat alle zestien ringelementen:
| i | jᵢ ∈ J | uᵢ = 1 + jᵢ ∈ U(R) |
|---|---|---|
| 0 | ||
| 1 | ||
| 2 | ||
| 3 | ||
| 4 | ||
| 5 | ||
| 6 | ||
| 7 |
We plaatsen de toppen afwisselend in de volgorde
op een cirkel. Blauw staat voor
, rood voor de eenheden. Iedere blauwe top is verbonden met alle rode toppen. Naast de cirkelrand horen dus ook alle getekende koorden bij de graaf.

Daarna: de twee bipartiete delen
Door de nevenklassen
en
apart te tekenen, wordt de structuur duidelijker. Binnen elk deel zijn er geen randen. Tussen de twee delen zijn alle verbindingen aanwezig. Daarom
![]()

Rechtstreeks tellen geeft opnieuw
randen. We kunnen deze graaf opbouwen uit de eerder getekende
van
: vervang iedere top door de acht elementen van haar nevenklasse en vervang de ene rand door alle verbindingen tussen de klassen.
De twee delen laten de lokale structuur zien: de niet-eenheden vormen het unieke maximale ideaal J, en de quotiëntring heeft precies twee elementen. De graaf registreert de nevenklassen van J en hun gemeenschappelijke grootte.
Afstanden en sommen van eenheden
Toppen in verschillende delen liggen op afstand
. Twee verschillende toppen in hetzelfde deel hebben een gemeenschappelijke buur en liggen op afstand
. De graaf is dus samenhangend en heeft diameter
.
Een pad vanaf
komt overeen met het achtereenvolgens optellen van eenheden. De diameter betekent daarom dat ieder element een som van ten hoogste twee eenheden is. Voor
is een expliciete voorstelling
![]()
Beide termen zijn eenheden, want hun augmentatie is
. Zo is
en is
. Een eenheid zelf is al een som van één eenheid.
Een eenheid is echter geen som van precies twee eenheden: zo’n som heeft augmentatie
. De sommen van precies twee eenheden vormen dus precies
. Algemeen heeft een som van
eenheden augmentatie
modulo
. Die pariteit wordt zichtbaar in het afwisselen van de twee delen langs een pad.
Wat de graaf niet vertelt
Alle elementen van
hebben dezelfde buren. De graaf maakt daarom geen onderscheid tussen de kleinere idealen
en
, en ook niet tussen nilpotentie-index
en
.
Een verwante groepsring is
. Daar geldt voor ieder element
al
, omdat elk groepselement kwadraat
heeft. Ook die ring heeft acht eenheden en een Jacobsonradicaal van acht elementen met restveld
. Haar unitaire Cayleygraaf is eveneens
.
Toch zijn de twee ringen niet isomorf:
bevat een nilpotent element met index
, terwijl elke niet-triviale nilpotent in
kwadraat nul heeft. Isomorfe unitaire Cayleygrafen betekenen dus niet dat de onderliggende groepsringen isomorf zijn.
F₂C₄ in één oogopslag
16 elementen; karakteristiek 2
8 eenheden
4 met index 4, 3 met index 2
8 elementen;
Eén ketting van vijf idealen
Quotiëntgraaf:
Delen:
Graad 8; diameter 2
Precies twee: de elementen van






