In de grafentheorie speelt het inkleuren van grafen een centrale rol. Hoeveel manieren zijn er om de knopen van een graaf te kleuren, zodat aangrenzende knopen altijd verschillende kleuren krijgen? Deze eenvoudige vraag leidde tot de introductie van een krachtig wiskundig object: de chromatische veelterm.
Stel dat we een graaf hebben met knopen. Een
-kleuring is een toewijzing van
kleuren aan de knopen, waarbij buren (knopen die door een boog verbonden zijn) nooit dezelfde kleur mogen hebben. Het aantal mogelijke geldige
-kleuringen hangt natuurlijk af van zowel G als van
. Voor elk natuurlijk getal kunnen we dus het aantal geldige -kleuringen tellen. Verrassend genoeg blijkt dit aantal altijd gegeven te worden door een veelterm in
. Deze veelterm noemen we de chromatische veelterm van , genoteerd als
. Een voorbeeld:
Er is een verband met het chromatisch getal van een graaf G: het kleinste aantal kleuren dat nodig is om de knopen van zo te kleuren dat geen twee aangrenzende knopen dezelfde kleur krijgen. Het chromatisch getal van een graaf G is dus het kleinste getal
waarvoor de chromatische veelterm positief is.
Enkele vaststellingen:
- Een lege graaf met n knopen (geen bogen):
Elke knoop kan willekeurig één van de
kleuren krijgen, dus
. - Voor volledige grafen is de situatie eenvoudig. Zo geldt voor de volledige graaf
op 3 knopen dat
. 











