Nootje 36

Vind alle niet complexe oplossingen van

    \[(2x+1)(3x+1)(5x+1)(30x+1)=10\]

Antwoord

  • Alles uitrekenen geeft een vierdegraadsvergelijking, die waarschijnlijk niet op te lossen is.
  • We gaan de factoren in het linkerlid twee per twee uitrekenen: de eerst met de laatste en de twee middelsten.
  • De opgave wordt dan:  (15x^2+8x+1)(60x^2+32x+1)=10.
  • We merken op dat de twee eerste termen van de tweede factor het viervoud zijn van de eerste twee termen van de eerste factor. Stel 15x^2+8x=y
  • We krijgen dan (y+1)(4y+1)=10 of na uitwerken 4y^2+5y-9=0.
  • Deze vierkantsvergelijking heeft als oplossingen 1 en -2,25.
  • Vervangen we y terug dan verkrijgen we twee vergelijkingen van de tweede graad. De eerste 15x^2+8x-1=0 geeft als oplossingen \frac{-4\pm \sqrt{31}}{15}.
  • De tweede vergelijking wordt 15x^2+8x+2,25=0 en deze heeft geen reële oplossingen.
  • De enige niet complexe oplossingen zijn dus

        \[\frac{-4\pm \sqrt{31}}{15}\]

Nootje 35

Zoek een getal van 6 cijfers dat begint en eindigt met een 2 en het product is van 3 opeenvolgende even getallen.

Antwoord

  • Even getallen eindigen steeds op 0,2,4,6 of 8.
  • Het product van drie opeenvolgende even getallen eindigt dan op 0*2*4, 2*4*6, 4*6*8 of 6*8*0.
  • Enkel de combinatie 4*6*8 eindigt dus op een 2.
  • Nu is 50^3=125000 en 60^3=216000.
  • Bijgevolg zijn de getallen: 64,66 en 68 en hun product is 287232.

Nootje 34

Bereken de som van de coëfficiënten van de veelterm P(x) als

    \[(10x^{34}+2x^3+5)P(x)=2023x^{2023}\]

Antwoord

  • Het is handig te weten dat de som van de coëfficiënten van een veelterm kan berekend worden door de getalwaarde van 1 te berekenen, dus P(1).
  • Vullen we 1 in bij de gegeven identiteit, dan vinden we: (10+2+5)P(1)=2023;
  • Hieruit volgt dat P(1)=119
  • De som van de coëfficiënten van de veelterm Px) is dus 119.

Nootje 33

Vind x-y als gegeven is dat x^4=y^4+24, x^2+y^2=6 en x+y=3.

Antwoord

  • Om de 2 onbekenden x en y uit te rekenen heb je eigenlijk maar 2 vergelijkingen nodig. Dan kan je ook x-y uitrekenen. Maar waarschijnlijk is dat wel niet de bedoeling.
  • Omdat x^4-y^4=(x-y)(x+y)(x^2+y^2), vinden we uit de eerste betrekking dat 24=(x-y)*3*6;
  • Hieruit volgt dan dat x-y=\frac{4}{3}.