De cirkel van Conway

De Britse wiskundige John Horton Conway ontdekte een verrassende meetkundige eigenschap van willekeurige driehoeken. Vertrekkend van een eenvoudige constructie verschijnt onverwacht een cirkel door zes speciaal geconstrueerde punten.

Neem een willekeurige driehoek ABC. Verleng nu elke zijde aan beide kanten met een lengte gelijk aan de lengte van de overstaande zijde.

De zes bekomen punten blijken allemaal op éénzelfde cirkel te liggen. Deze cirkel noemt men de Conway-cirkel. Het middelpunt van de cirkel is het middelpunt Ivan de ingeschreven cirkel van driehoek ABC

 

Normaal gezien is het zeer uitzonderlijk dat zes willekeurige punten op één cirkel liggen. In deze constructie worden de punten enkel bepaald door lengtes van de oorspronkelijke driehoek. Toch ontstaat automatisch een perfecte cyclische configuratie. De stelling toont hoe verborgen symmetrieën in een driehoek kunnen leiden tot onverwachte eigenschappen. Conway stond bekend om zulke elegante meetkundige ontdekkingen: eenvoudig te formuleren, maar diep en verrassend.

The game of ‘Life’

Game of Life was voor het eerst geïntroduceerd door de Britse wiskundige John Conway in 1970. Het werd gepubliceerd in het tijdschrift Mathematical games van Martin Gardner.

Het is eigenlijk een cellulaire automaat en bestaat uit een één- of meer-dimensionaal raster van cellen met elk een eindig aantal toestanden. Een volgende toestand wordt door toepassing van een gegeven verzameling regels berekend uit de huidige toestand van de cel en die van zijn directe buren. Door het herhaald toepassen van dezelfde regels ontstaan vaak spontaan patronen die nu en dan grote gelijkenis vertonen met wat in de natuur wordt aangetroffen, zoals in de groeipatronen van kristallen en in kolonies koralen.

Het spel wordt gespeeld op een oneindig groot schaakbord waar elke ‘cel’ altijd 8 buren heeft. De basis regels zijn:

  • Een levende cel met 0 of 1 levende buur sterft van eenzaamheid.
  • Een levende cel met 4 of meer buren sterft als gevolg van overbevolking.
  • Een levende cel met 2 of 3 buren overleeft naar de volgende generatie.
  • Een dode cel met juist 3 buren wordt levend.

Er bestaan verschillende ‘levenstypes’, zoals bijvoorbeeld:

  • stillevens: stabiele eindige , niet lege configuraties zoals bijvoorbeeld :
  • periodische levensvormen ( oscillatoren) waar een bepaald patroon zich steeds herhaalt:
  • een glijder: een levensvorm die zich verplaatst over het schaakbord:

Je kan uiteraard zelf een aantal configuraties verzinnen…