Soemerië : vroeg-dynastieke periode (2900-2334 V.C.)

In het vroege derde millennium kreeg Uruk concurrentie van ondermeer Kish, gelegen in het noorden van Soemer. De steden in het zuiden werden herhaaldelijk getroffen door overstromingen. Deze vormden trouwens de inspiratie van veel zondvloed verhalen.

in deze periode ontstond een nieuwe klasse van grootgrondbezitters. Net als de tempels bezaten ze veel landbouwgrond en hadden ze veel mensen in dienst. men noemden hen lugals( grote mannen).

Omdat hun bedienden al het werk deden, hadden de lugals tijd om zich met andere dingen ( zoals oorlog voeren) bezig te houden. Omdat de bevolking fors toenam, was het onvermijdelijk dat er meer en meer grensconflicten werden uitgevochten op het slagveld. Elke lugal nam een een aantal van zijn mannen mee en soms werd één van hen als een soort opperbevelhebber aangeduid. De legendarische Gilgamesh van Uruk was waarschijnlijk één van hen.

In de loop van het derde millennium bleef Soemer verdeeld onder verschillende stadstaten . De lugals waren weinig meer dan opperbevelhebbers. De hogepriester bleef het ‘staatshoofd’. Ondanks hun gebrek aan politieke eenheid groeide wel het besef van culturele eenheid: de beschermgoden van de verschillende stadstaten kregen een vaste plaats in het pantheon. Enlil, die vereerd werd in Nippur, werd aangewezen als oppergod.

De Soemerische koningslijst, die veel later werd opgesteld, is een belangrijke bron van informatie over  deze tijd. Vermelden we ondermeer volgende heersers:

  • Enmebaragesi van Kisj, die vocht tegen Elam.
  • Urakagina van Lagash:hij voerde veel hervormingen in en presteerde zich als een rentmeester die in de naam van de goden het bewind voerde over de landgoederen. Dit idee van goed rentmeesterschap was zeer belangrijk in de Soemerische traditie. 
  • Meshannepada, vorst van Ur, stichtte de eerste dynastie van Ur. De koningsgraven zijn een mooi bewijs hoe welvarend Ur wel was.
    Er waren zeer heel intensieve handelsactiviteiten met streken buiten hun grondgebied( Mari, Terqa, Ebla, Assur, Tell Brak)
  • Eannatum van Lagash. bekend is zijn overwinning op Umma, herdacht op de gierenstèle.
  • Lugal-Zagesi van Umma werd de eerst absolute heerser over de vruchtbare Halvemaan, met een grondgebied dat de hele Mesopotamische vlakte besloeg. Alhoewel die zeggenschap niet echt reëel was, vermits het merendeel van de stadstaten gehecht was aan hun onafhankelijkheid.

Geleidelijk aan ontstond er naast de tempel ook een ander gebouw: het paleis. tempel en paleis vormden een tweekoppige macht die de Soemerische geschiedenis lang zou kenmerken. 

 

Zwarte farao’s

Het moderne Nubië is een gebied in het zuiden van Egypte en in het noorden van Soedan. In de oudheid waren er verschillende koninkrijken.  Zwarte farao’s zijn geen verzinsel. ze stammen uit een sterke Afrikaanse cultuur in een land dat de Egyptenaren Koesj noemen. Koesj ligt langs de zuidelijke oevers van de Nijl en is al ten tijde van de eerste Egyptische dynastie (rond 3000 v.C. ) al behoorlijk welvarend.

De Egyptenaren waren niet erg gerust met die machtige zuiderburen en omdat er daar ook veel goud te vinden was, trokken de farao’s van de 18de dynastie (1538-1292 v.C.) Koesj binnen en bouwden er forten langs de Nijl. De onderworpen Nubiërs namen de cultuur en de gebruiken van de Egyptenaren over. Tijdens de derde onstabiele tussenperiode in Egypte  begonnen de Koesjieten zich los te maken van de Egyptische farao’s en vestigden de autonome staat Koesj, met de steden Napata en Meroë als belangrijkste machtscentra.

De Koesjitische farao Kashta (ca. 760-747 v.Chr.), letterlijk “de Koesjiet”, stichtte de 25e dynastie van Egypte door het door onderlinge twisten tussen verschillende koningshuizen verzwakte Egypte te veroveren en te herenigen. Egypte en het Koesjitische rijk waren hierna ongeveer een eeuw lang verenigd. De zogenaamde “zwarte farao’s” van de 25e dynastie bleven op de troon van Egypte tot de dood van farao Tantamani in ca. 653 v.Chr. 

In de 7de eeuw v.C. vallen de Assyriërs Egypte binnen en trekken de Nubiërs zich definitief terug naar hun vaderland. Ze blijven hun koningen voorzien van piramides.

De eerst Nubische piramides werden rond 1000 v.C. gebouwd? Ze zijn kleiner van vorm als de Egyptische, maar ook hun grafkamers waren vol schatten. Ze waren tussen de 6 meter en de 30 meter hoog en zelden breder dan 8 meter. Ter vergelijking: de hoogste Egyptische piramide meet 230 bij 146 meter.