Het dilemma van de gevangenen

Elke dag nemen mensen beslissingen waarvan de uitkomst niet alleen afhangt van wat zij zelf doen, maar ook van wat anderen kiezen. Denk aan prijsafspraken tussen bedrijven, samenwerking in de politiek, doping in de sport, milieumaatregelen tussen landen, of zelfs eenvoudige situaties in het dagelijks leven. Een van de bekendste modellen om zo’n situatie te begrijpen is het dilemma van de gevangenen.

Dit gedachte-experiment is een klassieker uit de speltheorie, een tak van de wiskunde die keuzes en strategieën bestudeert. Het is tegelijk eenvoudig én verrassend diepzinnig: twee mensen die allebei rationeel handelen, kunnen samen slechter af zijn dan wanneer ze hadden samengewerkt.

Het verhaal

Stel dat twee verdachten worden opgepakt voor een misdrijf. De politie heeft niet genoeg bewijs om hen zwaar te veroordelen, tenzij minstens één van beiden bekent. Daarom worden de twee gevangenen apart ondervraagd. Ze kunnen niet met elkaar praten.

Iedere gevangene heeft twee mogelijkheden:

  • zwijgen en dus de ander niet verraden;
  • bekennen en dus de ander verraden.

De politie doet ieder van hen hetzelfde voorstel:

  • als beiden zwijgen, krijgen ze allebei een lichte straf;
  • als één bekent en de ander zwijgt, dan gaat de verklikker vrijuit en krijgt de zwijger een zware straf;
  • als beiden bekennen, krijgen ze allebei een middelzware straf.

Een mogelijke strafverdeling is deze:

  • beiden zwijgen: elk 1 jaar
  • beiden bekennen: elk 5 jaar
  • jij bekent, de ander zwijgt: jij 0 jaar, de ander 10 jaar
  • jij zwijgt, de ander bekent: jij 10 jaar, de ander 0 jaar

De kern van het probleem

Laten we ons verplaatsen in één van de twee gevangenen.

Hij redeneert als volgt:

  • Als de ander zwijgt, dan is bekennen beter:
    ik krijg dan 0 jaar in plaats van 1 jaar.
  • Als de ander bekent, dan is bekennen óók beter:
    ik krijg dan 5 jaar in plaats van 10 jaar.

Dus wat de ander ook doet, bekennen lijkt de beste keuze.

Maar precies hetzelfde denkt de andere gevangene.

Daarom zullen beide gevangenen rationeel besluiten om te bekennen. Het resultaat is dan dat ze elk 5 jaar krijgen.

En toch zouden ze allebei beter af zijn geweest als ze allebei gezwegen hadden: dan kregen ze elk slechts 1 jaar.

Daar zit het echte dilemma:
individueel rationeel gedrag leidt tot een collectief slechter resultaat.

De uitbetalingstabel

In de speltheorie vat men zo’n situatie vaak samen in een tabel. In plaats van “jaren gevangenisstraf” gebruikt men meestal punten of opbrengsten, waarbij een groter getal beter is.

Een mogelijke tabel is:

  Gevangene B zwijgt Gevangene B bekent
Gevangene A zwijgt (3, 3) (0, 5)
Gevangene A bekent (5, 0) (1, 1)

Hierbij betekent bijvoorbeeld (3,3) dat beide spelers een redelijke uitkomst krijgen, terwijl (1,1) slechter is voor allebei.

De volgorde van voorkeuren is dan:

  • het beste: zelf bekennen terwijl de ander zwijgt;
  • daarna: allebei zwijgen;
  • daarna: allebei bekennen;
  • het slechtste: zelf zwijgen terwijl de ander bekent.

Wat zegt de wiskunde?

Het dilemma van de gevangenen is een voorbeeld van een spel met een dominante strategie.

Een strategie heet dominant wanneer ze altijd beter is, ongeacht wat de ander doet. In dit spel is bekennen voor beide spelers dominant.

Daarom eindigt het spel in de situatie:

(bekennen, bekennen)

Die uitkomst noemt men een Nash-evenwicht: geen van beide spelers kan zijn situatie verbeteren door alleen zelf van keuze te veranderen, zolang de ander zijn keuze behoudt.

Dat klinkt stabiel, maar het is niet noodzakelijk de beste gezamenlijke uitkomst. En precies dat maakt het dilemma zo boeiend.

Waarom is dit belangrijk?

Het dilemma van de gevangenen is veel meer dan een abstract raadsel. Het model duikt op in talloze echte situaties.

Concurrentie tussen bedrijven

Twee bedrijven kunnen allebei hun prijs hoog houden, en dan maken ze allebei winst. Maar elk bedrijf heeft de verleiding om iets goedkoper te worden en zo klanten af te snoepen. Als beide bedrijven dat doen, dalen de prijzen voor iedereen en blijft er minder winst over.

Wapenwedloop

Twee landen zouden veiliger en goedkoper af zijn als ze allebei minder bewapenen. Maar elk land vreest dat de ander zich niet aan de afspraak houdt. Daarom bewapenen beide landen zich toch, met hoge kosten en meer wantrouwen als gevolg.

Klimaat en milieu

Landen zouden samen beter af zijn als ze allemaal hun uitstoot verminderen. Toch bestaat voor elk land de verleiding om zelf minder inspanning te leveren en te profiteren van de inspanningen van anderen. Het gevolg is dat er te weinig gebeurt.

Doping in de sport

Zonder doping zouden alle atleten op een eerlijker en gezonder niveau kunnen concurreren. Maar elke individuele sporter heeft de prikkel om toch doping te gebruiken, uit angst anders achterop te raken.

De paradox van rationeel gedrag

Wat dit probleem zo fascinerend maakt, is dat er geen domme keuzes gemaakt worden. Integendeel: beide spelers redeneren logisch.

En toch leidt die logica tot een slecht resultaat.

Dat laat zien dat rationaliteit op individueel niveau niet automatisch leidt tot rationaliteit op collectief niveau. Wiskundig gezien kan een systeem dus perfect consistent zijn, en toch ongewenste uitkomsten voortbrengen.

Wat verandert er als het spel herhaald wordt?

In het klassieke dilemma spelen de gevangenen maar één keer. Dan is bekennen de logische keuze.

Maar veel situaties in het echte leven keren terug. Mensen, bedrijven of landen ontmoeten elkaar opnieuw. Dan ontstaat een ander beeld.

In een herhaald dilemma van de gevangenen kan samenwerking wél zinvol worden. Waarom? Omdat je rekening houdt met toekomstige reacties.

Wie vandaag de ander verraadt, kan morgen het vertrouwen verliezen. Wie samenwerkt, kan op langere termijn beloond worden. Daardoor ontstaan strategieën zoals:

  • vriendelijk beginnen;
  • samenwerken zolang de ander samenwerkt;
  • terugslaan wanneer de ander je verraadt.

Een beroemde strategie is tit for tat: begin met samenwerken, en doe daarna gewoon wat de ander in de vorige ronde deed. Deze eenvoudige aanpak bleek in veel experimenten opvallend sterk.

Een les voor het dagelijks leven

Het dilemma van de gevangenen leert ons iets fundamenteels over samenleven:

  • vertrouwen is waardevol;
  • samenwerking is kwetsbaar;
  • eigenbelang kan samenwerking ondermijnen;
  • goede regels en afspraken kunnen helpen om betere uitkomsten te bereiken.

Dat is meteen ook de reden waarom samenlevingen wetten, controles, reputatiesystemen en wederzijdse afspraken ontwikkelen. Zulke mechanismen verminderen de verleiding om enkel aan zichzelf te denken.

Besluit

Het dilemma van de gevangenen is een prachtig voorbeeld van hoe wiskunde een menselijk probleem zichtbaar maakt. Het toont dat de beste keuze voor één individu niet altijd leidt tot het beste resultaat voor iedereen samen.

Daarom is speltheorie niet alleen nuttig in de wiskunde, maar ook in economie, politiek, biologie en sociale wetenschappen. Het helpt ons begrijpen waarom samenwerking soms moeilijk is — en waarom ze toch zo belangrijk blijft.

Misschien is dat wel de mooiste les van dit beroemde dilemma:
samenwerking is niet vanzelfsprekend, maar zonder samenwerking wordt de wereld vaak slechter voor iedereen.

Round-robin: iedereen tegen iedereen

Een round-robin (competitieschema “iedereen tegen iedereen”) is een formaat waarbij elke deelnemer precies één keertegen elke andere speelt (single round robin). Met heen-en-terug speel je twee keer tegen iedereen (double round robin).

Als er n ploegen zijn, dan  zijn er \frac{n(n-1)}{2} wedstrijden. Als n even is zijn er n-1 rondes en per ronde zijn er dan \frac{n}{2} wedstrijden. Als n oneven is , voeg je een “lege” ploeg bij. zo heb je dan een even aantal ploegen en worden er dus n ronden gespeeld. Als je tegen de “lege” ploeg speelt dan ben je BYE.

Hoe kan je nu zo een schema opstellen? Zet de teams in een “kring”, maak per ronde vaste overkant-paren, en draai na elke ronde alle teams door (behalve één “anker”).

Een voorbeeld met 6 teams: A,B,C,D,E,F:

 

We schrijven ze in twee rijen tegenover elkaar:

Ronde 1 – opstelling

  • Boven: A B C

  • Onder: F E D

Wedstrijden (koppel tegenover elkaar):

  • A–F

  • B–E

  • C–D

Rotatieregel (de essentie)

  • A blijft staan (anker).

  • De andere 5 teams vormen een ring: B, C, D, E, F.

  • Na elke ronde schuift die ring één stap door (bijv. met de klok mee).

Dan krijg je:

Ronde 2

  • Nieuwe ring: F, B, C, D, E

  • Opstelling:

    • Boven: A F B

    • Onder: E D C

  • Wedstrijden:

    • A–E, F–D, B–C

Ronde 3

  • Ring: E, F, B, C, D

  • Wedstrijden:

    • A–D, E–C, F–B

Ronde 4

  • Ring: D, E, F, B, C

  • Wedstrijden:

    • A–C, D–B, E–F

Ronde 5

  • Ring: C, D, E, F, B

  • Wedstrijden:

    • A–B, C–F, D–E

✅ Na 6−1=5 rondes heeft iedereen iedereen precies één keer ontmoet.

 

Voor 8 teams heb je bvb volgende twee oplossingen:

Sommen van machten

We kennen allemaal het verhaal van Gauss om de som van de eerste n natuurlijke getallen te berekenen. Gauss berekende deze som door de reeks in paren te verdelen en te bedenken dat elk paar dezelfde som heeft, wat een efficiënte manier bood om de totale som snel te vinden.

In bijgevoegde tekst gaan we op zoek naar een algemenere methode waarbij we ook de som kunnen berekenen van de n natuurlijke tweede, derde , vierde en vijfde machten .

 
 

Medische statistiek

Medische statistiek vormt de ruggengraat van modern gezondheidszorgonderzoek en beleid. Het combineert wiskundige methoden met medische gegevens om patronen te ontdekken, behandelingen te evalueren en gezondheidszorgsystemen te verbeteren. Twee pioniers die een cruciale rol speelden in de ontwikkeling van dit vakgebied zijn Florence Nightingale(1820-1910)  en Adolphe Quetelet(1796-1874)

Statistiek als discipline begon vorm te krijgen in de 17e en 18e eeuw, maar het was pas in de 19e eeuw dat deze werd toegepast op de geneeskunde. Medische statistiek richt zich op het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens over gezondheid, ziekte en sterfte. Het stelt onderzoekers in staat om trends te identificeren, zoals de verspreiding van ziekten, en om de effectiviteit van behandelingen te beoordelen. Vandaag de dag speelt medische statistiek een sleutelrol in klinische trials, epidemiologie en gezondheidsbeleid.

 

Florence Nightingale (1820-1910), vaak herinnerd als de grondlegger van de moderne verpleging, was ook een pionier in medische statistiek. Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) werd Nightingale geconfronteerd met erbarmelijke omstandigheden in militaire hospitalen. Ze observeerde hoge sterftecijfers, niet alleen door oorlogswonden, maar vooral door infectieziekten zoals tyfus en cholera, die werden verergerd door slechte hygiëne.

Nightingale gebruikte statistiek om deze problemen systematisch aan te pakken. Ze verzamelde gedetailleerde gegevens over sterftecijfers en ziekenhuisomstandigheden en analyseerde deze om patronen te ontdekken. Haar meest iconische bijdrage was het “roosdiagram” (een vroege vorm van een cirkeldiagram), waarin ze visueel aantoonde dat de meeste sterfgevallen in militaire hospitalen te wijten waren aan vermijdbare oorzaken, zoals slechte sanitaire voorzieningen.

Na de oorlog gebruikte Nightingale haar statistische analyses om hervormingen door te voeren in de Britse gezondheidszorg. Ze pleitte voor betere hygiëne en ziekenhuisbeheer, wat leidde tot een significante daling van sterftecijfers. Nightingale’s werk benadrukte het belang van datagedreven besluitvorming in de geneeskunde en legde de basis voor moderne epidemiologie en gezondheidsstatistiek.

 

Adolphe Quetelet (1796-1874), een Belgische astronoom, wiskundige en statisticus, leverde een fundamentele bijdrage aan de toepassing van statistiek op menselijke populaties. Quetelet wordt vaak beschouwd als de grondlegger van de sociale statistiek, een discipline die nauw verwant is aan medische statistiek.

Quetelet introduceerde het concept van de “gemiddelde mens” (l’homme moyen), waarbij hij statistische methoden gebruikte om kenmerken zoals lengte, gewicht en gezondheid van bevolkingen te analyseren. Hij verzamelde gegevens over geboorten, sterfgevallen en ziekten en gebruikte deze om patronen in samenlevingen te begrijpen. Zijn werk toonde aan dat veel menselijke eigenschappen een normale verdeling volgen, een concept dat nog steeds centraal staat in de statistiek.

In de context van medische statistiek was Quetelet’s werk revolutionair omdat het de basis legde voor bevolkingsstudies. Hij gebruikte bijvoorbeeld gegevens over sterftecijfers om levensverwachting te berekenen, een belangrijke maatstaf in de volksgezondheid. Zijn methoden maakten het mogelijk om gezondheidsproblemen op populatieniveau te onderzoeken, wat essentieel is voor het begrijpen van epidemieën en het ontwikkelen van preventieve maatregelen.

We gaan nu even verder in op het rooddiagram. Het roosdiagram, ook wel bekend als het “coxcomb diagram” of “polar area diagram,” is een datavisualisatie ontwikkeld door Florence Nightingale in de 19e eeuw. Een roosdiagram is een cirkelvormige grafiek die lijkt op een taartdiagram, maar met enkele belangrijke verschillen:

  • Gelijke hoeken, variabele lengte: In tegenstelling tot een taartdiagram, waarbij de grootte van een segment wordt bepaald door de hoek, hebben alle segmenten in een roosdiagram dezelfde hoek. De grootte van elk segment wordt bepaald door de lengte van de straal (de “spaken”), die evenredig is met de waarde van de data.
  • Tijdreeksen: Nightingale gebruikte het diagram om gegevens over tijd te tonen, waarbij elke “spaak” een maand vertegenwoordigde.
  • Oppervlakte-gebaseerd: De oppervlakte van elk segment is proportioneel aan de waarde, wat het visuele effect versterkt.

 

Tijdens de Krimoorlog ontdekte Nightingale dat de meeste soldaten in Britse militaire hospitalen stierven aan vermijdbare oorzaken, zoals infectieziekten (bijv. tyfus, cholera) door slechte hygiëne, in plaats van aan oorlogswonden. Om dit probleem aan te kaarten, verzamelde ze gedetailleerde gegevens over sterftecijfers en categoriseerde de doodsoorzaken in drie groepen:

  1. Vermijdbare ziekten (zoals infecties door slechte sanitaire omstandigheden).
  2. Oorlogswonden.
  3. Andere oorzaken.

Haar roosdiagram visualiseerde deze gegevens om te laten zien dat de overgrote meerderheid van de sterfgevallen te wijten was aan vermijdbare ziekten. Door de gegevens visueel te presenteren, kon Nightingale beleidsmakers overtuigen van de noodzaak van hygiënische hervormingen.

Nightingale’s roosdiagram bestond uit twee diagrammen, elk voor een ander tijdsbestek:

  • April 1854 – maart 1855: Voor de invoering van hygiënische hervormingen.
  • April 1855 – maart 1856: Na de invoering van verbeteringen, zoals betere ventilatie en schoonmaak.

Elk diagram was verdeeld in 12 gelijke segmenten (één voor elke maand), gerangschikt in een cirkel. De lengte van elk segment vertegenwoordigde het sterftecijfer voor die maand, en de segmenten waren gekleurd om verschillende doodsoorzaken aan te geven:

  • Blauw: Sterfgevallen door vermijdbare ziekten.
  • Rood: Sterfgevallen door oorlogswonden.
  • Zwart: Sterfgevallen door andere oorzaken.

De oppervlakte van elk segment was proportioneel aan het aantal sterfgevallen, waardoor grote verschillen direct opvielen. Het eerste diagram toonde een veel grotere blauwe oppervlakte (vermijdbare ziekten), terwijl het tweede diagram een sterke afname in sterftecijfers liet zien na de hervormingen.

Voorbeeld van een Roosdiagram

Stel, we reconstrueren een vereenvoudigd roosdiagram gebaseerd op Nightingale’s gegevens voor een periode van zes maanden (januari tot juni 1854). De sterftecijfers per maand zijn als volgt (fictieve maar representatieve cijfers):

Maand Vermijdbare ziekten Oorlogswonden Andere oorzaken
Januari 1000 200 50
Februari 1200 180 60
Maart 1500 150 70
April 900 170 55
Mei 700 160 50
Juni 500 140 40
       
       

In het roosdiagram zou:

  • Elke maand een segment van 60° (360° ÷ 6 maanden) beslaan.
  • De lengte van elk segment wordt berekend op basis van de wortel van het aantal sterfgevallen (omdat de oppervlakte proportioneel is aan de waarde).
  • De segmenten worden gestapeld, met blauwe gebieden (vermijdbare ziekten) het grootst, gevolgd door rode (oorlogswonden) en zwarte (andere oorzaken).

Het resultaat zou een cirkelvormige grafiek zijn waarin de blauwe gebieden dominant zijn, vooral in maart, en geleidelijk kleiner worden richting juni, wat een daling in sterfte door vermijdbare ziekten suggereert. Het resultaat is een visueel opvallende grafiek waarin grote blauwe segmenten (vermijdbare ziekten) direct de aandacht trekken, vooral in de vroege maanden, en de afname in latere maanden de impact van hervormingen benadrukt.

Dit werd gemaakt in Python:

 

 

 

Het twee kannen probleem

In dit  artikel bespreken we problemen waarin men beschikt over 2 lege kannen, zonder maatstreepjes. Verder is er een kraan waarmee men de kannen kan vullen en een gootsteen waarin men de kannen kan leeggieten. We aanvaarden volgende handelingen : Een kan volledig leeggieten, een kan helemaal vullen met de kraan, water van de ene kan overhevelen in de andere kan totdat de ene helemaal leeg is of de andere helemaal vol. Je vindt ook een Python programma om het probleem op te lossen