
Bij een hypothesetoets neem je op basis van een steekproef een beslissing over een uitspraak (de hypothese). Omdat steekproeven toevallig kunnen afwijken, kan je twee soorten fouten maken: type 1 en type 2. In de praktijk komen die overeen met vals positief en vals negatief.
De basis: H0 en H1
Een toets eindigt met één van deze beslissingen:
Type-1 fout betekent: Je verwerpt H0 terwijl H0 in werkelijkheid waar is. Dit heet ook een vals positief: je “detecteert” iets dat er niet is. H0 is waar, maar jij zegt: “nee, H0 klopt niet”.Klassieke slogan: “vals alarm”.
Type-2 fout betekent: Je verwerpt H0 niet terwijl H1 in werkelijkheid waar is. Dit heet ook een vals negatief: er is wél een effect, maar je mist het. H1 is waar, maar jij zegt: “ik zie geen reden om H0 te verwerpen”. Klassieke slogan: “gemiste detectie
Je kan nooit beide fouten ‘klein’ maken, want als de ene kleiner wordt, dan wordt de andere groter.
Voorbeeld A: medische test (screening)
-
H0: “de patiënt is niet ziek”
-
Type-1 fout (vals positief): test zegt “ziek”, maar patiënt is gezond
→ stress, extra onderzoeken, kosten
-
Type-2 fout (vals negatief): test zegt “gezond”, maar patiënt is ziek
→ gevaarlijk: behandeling komt te laat
Voorbeeld B: rechtbank
-
H0: “de verdachte is onschuldig”
-
Type-1 fout (vals positief): onschuldige wordt veroordeeld
-
Type-2 fout (vals negatief): schuldige wordt vrijgesproken
Voorbeeld C: kwaliteitscontrole in een fabriek
-
H0: “dit product voldoet aan de norm”
-
Type-1 fout (vals positief): een goed product wordt afgekeurd
→ verspilling, extra kosten
-
Type-2 fout (vals negatief): een slecht product wordt goedgekeurd
→ klachten, risico’s, soms veiligheidsproblemen
Welke fout wil je vooral vermijden?
Dat hangt af van de context:
-
Als een gemiste detectie gevaarlijk is (bv. ernstige ziekte), dan wil je vooral type-2 fouten (vals negatief)beperken.
-
Als een vals alarm heel schadelijk is (bv. iemand ten onrechte beschuldigen), dan wil je vooral type-1 fouten (vals positief) beperken