Het wortelteken werd ingevoerd door Christoff Rudolff (1499-1545) in zijn Duits algebraboek Die Coss (1525). Dit boek was zeer invloedrijk, vooral in Duitsland. In 1553 publiceerde Michael Stifel (1487-1567), de grootste Duitse algebraïst van de 16de eeuw, er in Königsberg een verbeterde versie van. Ook in zijn bekende werk Arithmetica integra (1544), gebruikte Stifel dit symbool in de huidige betekenis.
Het teken leek op een schuine r (van het Latijnse woord radix, wat “wortel” betekent). In middeleeuwse notities werd het woord radix soms afgekort tot een gotische of cursieve ‘r’.
Als die r wat werd verlengd en gestileerd, kreeg je iets wat op het moderne symbool voor vierkantswortel lijkt. In Rudolffs drukwerk stond het symbool zonder bovenste horizontale streep: de horizontale “vinculum” (het bovenlijntje) werd toegevoegd om duidelijk te maken welke delen van de formule onder de wortel horen. Vanaf de 17e eeuw werd het symbool geleidelijk gestandaardiseerd in de vorm die we nu kennen: een schuine streep met een horizontale lijn erboven.


















